"Buikpijn, rode wangen en het gevoel dat ik wil
schreeuwen en iets naar zijn hoofd wil gooien.

Zijn ‘’misdaad’’? Opgebrand zijn."

Overmatige zelfstandigheid

Door: Kiki Maya

Geïrriteerd maak ik een hoop herrie tijdens het afwassen. Buikpijn, rode wangen en het gevoel dat ik wil
schreeuwen en iets naar zijn hoofd wil gooien. Zijn ‘’misdaad’’? Opgebrand zijn. Mijn partner is overwerkt
en het uit zich vooral griepachtige verschijnselen en in vermoeidheid. Niks wat helemaal doorzet maar
genoeg signalen dat hij moet uitrusten.


Rusten, vertragen, aanwezig zijn en keuzes maken die zorgen voor balans in jezelf. Daar sta ik toch voor?
Daar heb ik toch jaren over gedaan om mijzelf hierin te ontvangen? Dan komt het woord ‘moet’ in mijn
hoofd. Ik móét dit de persoon van wie ik zoveel hou en een leven mee deel, toch ook rust en herstel
gunnen? Wat maakt mij dat een keertje extra afwassen, koken of boodschappen doen nou uit?

fuck you en je ‘’mannengriep’’.

En toch maakt het me woest...

Angst en schuld over wat ik voel kruipt omhoog vanuit mijn hart. Oordeel over wat ik denk vult mijn hoofd. Echter mijn onderbuik heeft iets anders met me te delen. Mijn innerlijke kind kijkt voorzichtig om de hoek. Wanneer ik het woord ‘moet’ hoor in mijn gedachtes weet ik al dat het tijd is om haar op te zoeken.
Gelukkig laat ze zichzelf aan me zien. Ik voel haar bericht: ‘’Hoor mij, voel mij, beleef mij, adem mij, schrijf mij, lach mij, huil mij,’’.

En ik voel dan luider: ‘’Ga niet óók weg’’


Ik ga niet weg, ik blijf ook al vind ik je boosheid spannend.
Mijn meisje huilt en verteld mij dat zij voelt dat zij niemand heeft om op te leunen. En zij die er beloven voor haar te zijn, ziek worden en haar verlaten.
Dus boosheid komt omhoog. ‘’Beloof het me niet het leven samen te doen om vervolgens weg te gaan!’. Mijn volwassen IK weet heel goed waar dit over gaat.

Een van de diepgewortelde overtuigingen die mijn kleine meisje heeft geïnternaliseerd om te overleven. ‘’Ik moet het zelf doen en niemand lastig vallen’’.


Het lijkt misschien ver uit elkaar, echter wie van ons herkent dit wel? ‘’Ikke zelluf doen!’’. Eigenwijze smurfjes die de te zware tas zelf wilde tillen. Zelf willen fietsen. Of zelf schoenen aan doen al kunnen we nog geen veters strikken. We deden het vroeger en nu nog steeds. ‘’Nee ik doe de afwas wel even. Ach die
boodschappen doe ik wel even snel uit werk. Oh ja ik kan het cadeautje wel regelen voor die vriendin hoor, laat maar aan mij over’’. Terwijl je eigenlijk uit balans raakt. Dat we deze patronen met een vleugje zelfdestructie hebben is eigenlijk een natuurlijk gevolg van onszelf beschermen.

Overmatige onafhankelijkheid of zelfstandigheid is een gevolg van beschermingsmechanismen. En deze zelfbescherming kan leiden tot gedragspatronen waar we last van kunnen hebben.


Enkele voorbeelden van deze gedragspatronen zijn*:
• Moeilijk vinden hulp te vragen of te accepteren
• Moeite anderen te vertrouwen iets net zo te doen als jij dat zou doen
• Moeite anderen te vertrouwen dat zij iets net zo belangrijk vinden als jij dat vindt
• Moeite met rusten, stil zitten of huishoudelijke taken laten staan
• Anderen hun belangen, belangrijker maken dan jouw belangen
• Ongemakkelijk voelen bij belangen- of verwachtingen van anderen
• Copingstrategiën inzetten om niet te hoeven voelen (Bijv. doomscrollen, teveel- of te weinig eten, teveel -of te weinig bewegen, middelen gebruiken om jezelf tot iets te brengen of juist rust te creëren)


En dus ook... Sterke emoties voelen wanneer iemand waar jij verantwoordelijkheden mee deelt, wegvalt.
*Ik ben zelf nog geen ouder. En wellicht kunnen we elkaar helpen te begrijpen welke signalen van
overmatige onafhankelijkheid er zijn die mensen kunnen herkennen wanneer zij eigen kinderen hebben die
op hen rekenen.

Even adempauze. Doe maar mee: Adem in 4 seconden. Hou vast 4 seconden. Adem uit in 6 seconden... Herhaal als je dat fijn vindt.


Het gevoel van verlaten zijn... Er alleen voor staan... Hebben moeten zorgen voor... Niet gezien zijn door... etc. is iets wat vele meemaken. De oorzaak kan liggen bij: zieke ouder(s), ouders die niet voor
zichzelf konden zorgen op emotioneel gebied, vroegkinderlijk (seksueel) trauma of een cultuur waarin onafhankelijkheid werd verheerlijkt. Met als gevolg dat we onszelf gaan beschermen.


Ik denk dat veel vrouwen zich herkennen in de ‘’zelfstandige’’. Wellicht de dochter waar nooit op gelet hoefde te worden want het ging wel goed, de moeder die het allemaal lijkt te kunnen dragen, de vriendin die altijd voor de ander klaarstaat of de zus die maar gewoon haar eigen ding deed. Wanneer jij je in deze patronen herkent wil ik je zeggen: Ik zie jou. Jij mooie vrouw!  Je doet het goed! Ons lichaam en zenuwstelsel zijn niet gemaakt om alles in ons eentje te dragen. In oude volkeren heeft iedereen een taak.
En dat veel vrouwen tegenwoordig werken én hele huishoudens runnen is een ontwikkeling die niet iedereen ten goede valt. Voor sommigen zal het geen keuze zijn om aan dit plaatje te voldoen.

Ik heb hieronder een aantal tips van mij uit om alsnog wat verantwoordelijkheden te kunnen delen, groot of klein. Het lijkt me heerlijk om hier meer tips over te ontvangen!

Dus laten we de stroom van belevingen blijven delen!


Voor mensen die niet samenwonen en verantwoordelijkheden binnen een huishouden delen:
• Zoek naar communities in jouw buurt, misschien in jouw wijk of regio zijn er groepen die dingen weggeven, gezamenlijke kookmiddagen, gratis kinderopvang of mensen die kunnen helpen met boodschappen doen of andere klusjes. Nextdoor kan een nuttige app zijn of een van de vele facebook groepen.
• Oefen met Ja’s en Nee voelen in je lichaam. Dit heeft voor mij een groot verschil gemaakt in mijn eigen balans te bewaren. Soms kun je veel redenen verzinnen waarom iets een JA zou moeten zijn maar geeft je lichaam signalen af dat het een NEE mag zijn. Oefen met bijvoorbeeld op matjes staan. De ene is een JA en de ander een NEE. Hoe voelt dit in je lijf? Wat zijn signalen die je kunnen helpen het te herkennen in een toekomstige situatie.
• Oefen met hulp vragen. Begin met kleine dingetjes, ook dingen die je prima zelf kan doen. Bijvoorbeeld of iemand een kopje thee voor je wilt maken, of iemand iets voor je wilt pakken uit een andere ruimte. Probeer je zenuwstelsel ruimte te bieden om comfortabel te worden met hulp vragen. Erken je ongemak en bespreek dit. Geef jezelf tijd om te wennen aan een nieuwe manier van verbinden met jezelf en anderen.

Zo wordt het voor jou en je lichaam makkelijker om hulp te vragen en vooral ook te accepteren wanneer het nodig is.


Voor mensen die wel samenwonen met iemand en verantwoordelijkheden binnen een huishouden delen:
• Oefen met praten over verantwoordelijkheden. Vind je dit moeilijk? Zoek wat vragen op of bedenk ze zelf als een soort spelvorm. Voorbeelden zijn: Hoe zag jouw huis er vroeger uit als kind? Wie deed de was? Wie ruimte op of maakte schoon? Wat vind jij het fijnst om geregeld te hebben in huis als je moest kiezen tussen: Schone vloer, Schone was, schone wc, volle koelast etc. Als we deze taken (Noem een aantal taken in het huis) hebben. Welke vind jij leuk om te doen? En wees vooral ook duidelijk in wat jij nodig hebt om je fijn te voelen in huis.
• Maak een vast moment om te praten over verantwoordelijkheden. Zo weet jij zeker dat het onderwerp omhoog komt zonder dat je er aan hoeft te ergeren en wordt de ander uitgenodigd om na te denken over eigen verlangens of verwachtingen.

• Doe de grote taken samen en geef tijdens aan hoe jij het bijvoorbeeld fijn vindt. Zo weet jouw partner of huisgenoot ook wat je prettig vindt.
• Ga niet over schouders meekijken maar ga ook echt weg en ga iets doen wat jou voedt.

En mijn kleine meisje? Ik kies haar te zien.


Mijn kleine meisje mag haar boosheid uiten, we voelen beide dat we beweging nodig hebben. En mijn volwassen ik heeft een dansfeestje waarin ik hand-in-hand dans met mijn kleine meisje. We stampen, we
zingen hard en vals, en ik laat haar elk scheldwoord gebruikten wat ze kan verzinnen. Ze komt tot rust. En wanneer stilte zich weer aandient nodig ik mijn lichaam uit deze beleving met golven tot in elke cel te
voelen. Ik wens voor mezelf dat ik op de uitnodiging in blijf gaan. Ik wens dit voor jou ook.
Te vertrouwen dat we ons leven blijven delen, jij-voor-jou en ik-voor-mij, samen naast elkaar.